| |
CV
“Hebt u uw CV bij de hand?”
Jan overhandigde een handgeschreven A-4tje. Fleur keek verbouwereerd naar het velletje papier.
“Hebt u geen computer en printer?” Ze keek Jan´s huiskamer rond om zelf het antwoord te vinden.
“Een computer en een printer, waarom?” vroeg Jan.
“Om uw CV te maken en te printen.”
“Ja, ik ga toch geen computer kopen, om alleen een CV te printen?” Arrogante trut, mompelde Jan. Een computer en een printer, hij had nog geen eens een mobiele telefoon. Wat moest hij met al die moderne troep?
Dat zulke mensen nog bestaan, dacht Fleur. Wie heeft er tegenwoordig geen computer? Zelf zat ze op Facebook, voor haar sociale contacten, en op Linkedin, om te netwerken. Ze keek naar de CV van Jan van Galen, geboren 1953 te Rotterdam, opleiding Havenvakschool, werkervaring 1969 – 2009 Lola BV.
“Hebt u al die jaren bij Lola BV gewerkt?”
“Ja, ik ben op m’n zestiende begonnen met het sjouwen van balen…”
Allemachtig nu gaat hij zijn levensverhaal vertellen. Dat gebeurde iedere keer als iemand net ontslagen was. Fleur checkte intussen haar iPhone.
“…koffie wegen, heb ik ook gedaan…”
Ze keek nog eens naar het handgeschreven A4-tje. Veertig jaar bij dezelfde werkgever, hoe is het mogelijk? Zelf was zij bijna drie jaar consulent bij FLEB. Het was een baan met veel vrijheid, een lease-auto en een aardig salaris. Ze was veel onderweg naar bedrijven voor acquisitie, dat vond ze het leukst. Daarnaast bezocht ze mensen thuis die in een reïntegratietraject zaten, dat hoorde er nu eenmaal bij. Voor elke persoon die ze naar werk hielp, kreeg ze een bonus.
“…en dan heb je veertig jaar gewerkt en dan word je zo afgedankt,” hoorde ze Jan concluderen.
“Maakt u zich geen zorgen. Er is werk zat, als u maar wilt werken.”
“Ja, maar zitten ze nog wel te wachten op een man van bijna zestig.”
“Natuurlijk. Hoe vaak stuurt u een sollicitatiebrief?”
“Ik stuur elke week drie brieven maar ik word nooit uitgenodigd.”
“Dat komt vanzelf. En als u wordt uitgenodigd, speelt u een rollenspel met uw vrouw.”
“Rollenspel?” Het enige dat nu rolde, waren de ogen van Jan van Galen.
“Ja, dan oefent u het gesprek met uw vrouw. Uw vrouw is de werkgever en u bent uzelf als sollicitant.”
Jan’s ogen waren gestopt met rollen, zijn wenkbrauwen waren hoog opgetrokken.
“Gaat u zo door, dan kom ik over een paar maanden weer bij u langs om één en ander te evalueren.”
Fleur stond op, streek haar mantelpak recht en pakte haar aktetas.
“Bedankt voor de koffie.”
Twee maanden en zes sollicitatiebrieven later zat Fleur weer in de huiskamer van Jan van Galen.
“Hoe gaat het?” vroeg ze.
“Goed, maar ik heb nog geen baan gevonden.”
Jan keek naar Fleur. Ze had wallen onder haar ogen en haar mantelpak was gekreukt.
“Hoe gaat het met u?” vroeg Jan uit beleefdheid.
“Slecht, ze gaan reorganiseren. Over drie maanden sta ik op straat. Drie jaar heb ik het vuur uit mijn sloffen gerend. Overuren werden niet betaald, dat hoort erbij, zeggen ze dan. En waarvoor…”
Door een reorganisatie was zij boventallig verklaard. Last in first out en ze werkte er nog geen drie jaar. Nu moest ze zelf op zoek naar een baan.
“Ik ben veertig jaar, zit er nog wel een werkgever op mij te wachten?” snikte ze.
“Laat me uw CV eens zien?” vroeg Jan.
4 mei 2011
|
|